Utrechtse bioloog ontvangt ruim één miljoen aan subsidies

Met zijn onderzoek naar de resistentie tegen valse meeldauw bij planten sleepte dr. Guido van den Ackerveken verschillende subsidies binnen met een totaalwaarde van meer dan een miljoen euro. ‘Ons doel is om kennis te genereren waarmee uiteindelijk land- en tuinbouwgewassen resistent gemaakt kunnen worden tegen deze ziekte.’

Modelplant
‘Valse meeldauw is een ziekte die voorkomt bij veel gewassen’, vertelt dr. Guido van den Ackerveken. ‘Het is het belangrijkste probleem bij de teelt van bijvoorbeeld sla en spinazie, maar ook druiven.’ Voor een duurzamere landbouw is het dus nodig om gewassen resistent te maken tegen verschillende ziektes, zoals de valse meeldauw. In het kader van het NWO-project “Meer met minder” ontving Van den Ackerveken 250.000 euro aan subsidie voor fundamenteel onderzoek om duurzame en veilige productie in land- en tuinbouw te bevorderen. Valse meeldauw is de naam voor een groep waterschimmels, ook wel oömyceten, micro-organismen die op schimmels lijken. Ze tasten de plant aan door hun uitlopers in de plantencellen te nestelen en zo het immuunsysteem van de plant uit te schakelen. ‘Als het immuunsysteem niet wordt onderdrukt kan de meeldauw niet groeien’, vertelt Van den Ackerveken. ‘Wij doen onderzoek naar eiwitten van de ziekteverwekker die het immuunsysteem van de plant activeren, maar ook eiwitten die dat weer onderdrukken.’

Hij vervolgt: ‘In de modelplant Arabidopsis zijn we nu een receptor op het spoor dat een eiwit van de oömyceet kan detecteren waardoor het immuunsysteem van de plant wordt aangezet. Maar lang niet alle planten en gewassen hebben dat. Door het gen op te sporen dat aan de basis staat voor die receptor kunnen we in de toekomst mogelijk ook andere planten resistent maken. Nu staat het fundamentele onderzoek centraal om de werking van het detectiesysteem van de plant te doorgronden.’

Toepassen van kennis
‘We willen ons onderzoek meer toepassingsgericht maken’, vertelt Van den Ackerveken. ‘Elke plantensoort heeft namelijk zijn eigen ziekteverwekker. De valse meeldauw van de Arabidopsis is dus anders dan die van andere planten. Vijf jaar geleden zijn we begonnen met sla. Dit deden we in het kader van het Technologisch Topinstituut Groene Genetica. Tijdens dat project hebben we al samengewerkt met vijf zaadveredelingsbedrijven. Met de vers binnengehaalde subsidie van de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen gaan we meerdere valse meeldauwsoorten onderzoeken, waaronder ook die van spinazie. Valse meeldauw vormt bij die groente namelijk al jarenlang een heel groot probleem, en het lijkt wel of de ziekteverwekker zich daar versneld heeft aangepast.’

‘We werken met verschillende bedrijven samen, maar zitten met het onderzoek in de pre-competitieve fase. Op die manier kunnen we ook nog een deel van de subsidies besteden aan echt fundamenteel onderzoek. We willen namelijk de genomen van verschillende soorten valse meeldauw met elkaar vergelijken om de eiwitten op te sporen die belangrijk zijn bij de activatie en onderdrukking van het immuunsysteem van de plant. Op het moment dat ons onderzoek te specifiek wordt voor een bepaald gewas, begint natuurlijk de onderlinge competitie tussen de verschillende bedrijven.’ ‘Voor dit onderzoek hebben we zo’n acht ton aan subsidie gekregen’, besluit Van den Ackerveken. ‘Ongeveer de helft daarvan komt uit het bedrijfsleven. Het is mooi om te zien dat ons fundamentele onderzoek aan plantenziekten de basis kan vormen voor toepassing in de praktijk.’

Bron: Universiteit Utrecht